Skip and go to content

Begrotingsakkoord 2025: Fiscale maatregelen

Date

Nov 24, 2025

Verhoging belastingdruk op VVPRbis-dividenden en liquidatiereserves

De regering heeft beslist om de belastingdruk op de voordelige winstuitkeringen voor kleine vennootschappen te verhogen. Het tarief voor VVPRbis-dividenden stijgt van 15 naar 18 procent. Aan de voordelige uitkering wordt dus niet geraakt door de jaarlijkse uitkering te plafonneren, zoals eerder even ter sprake kwam, maar wel via een tariefverhoging. Het is op dit moment nog niet officieel bevestigd vanaf wanneer het verhoogde tarief van 18 procent van toepassing zal zijn op VVPRbis-dividenden en of dit ook zal gelden voor de in het verleden reeds opgebouwde reserves. Zodra hierover meer duidelijkheid wordt gegeven, kunnen we samen met u evalueren of een vervroegde dividenduitkering aangewezen is, mede in het licht van de andere aangekondigde fiscale hervormingen, waaronder de geplande meerwaardebelasting op financiële activa.

Ook voor de liquidatiereserves die uitgekeerd worden voor de vereffening van de vennootschap, wordt de belastingdruk opgetrokken van 15 naar 18 procent voor liquidatiereserves die uitgekeerd worden na het verstrijken van de wachttermijn van 3 jaar. Deze verhoging zou uitsluitend gelden voor nieuwe liquidatiereserves die worden aangelegd na de inwerkingtreding van de maatregel. Voor reeds opgebouwde liquidatiereserves zou er niets wijzigen.

Verdubbeling van de taks op effectenrekeningen

Het begrotingsakkoord voorziet ook in een verdubbeling van de taks op effectenrekeningen met een gemiddelde waarde van meer dan één miljoen euro. Het tarief stijgt van 0,15 naar 0,30 procent. De maatregel past binnen de bredere inspanning om hogere vermogens een grotere bijdrage te laten leveren aan de begroting.

Invoering van de meerwaardebelasting op financiële activa

De geplande meerwaardebelasting op financiële activa zal niet meer voor het einde van 2025 kunnen worden gestemd. De regering mikt nu op een parlementaire stemming in de loop van 2026, waarbij de belasting wel retroactief van toepassing zou zijn vanaf 1 januari 2026. Banken zouden pas vanaf 1 juli 2026 verplicht worden om de belasting in te houden en door te storten.

Belastingplichtigen kunnen kiezen hoe de belasting wordt afgehandeld. Wie geen gebruikmaakt van de opt-out regeling, laat de bank automatisch 10 procent inhouden, waarna in de aangifte nog kan worden beslist of de voetvrijstelling en eventuele aftrekken (bv. voor minderwaarden) in de aangifte personenbelasting worden toegepast. Wie wél voor de opt-out kiest, laat de bank geen belasting inhouden. In dat geval moet de bank jaarlijks een overzicht van de verrichtingen bezorgen aan de fiscus. Wie van de opt-out gebruik wenst te maken, zou dit uiterlijk 30 juni 2026 moeten laten weten aan de bank op basis van een ontwerp van Koninklijk Besluit.
 

Aanschaffing van de kostenaftrek voor auteursrechten

Ook de kostenaftrek voor inkomsten uit auteursrechten zou worden afgeschaft. Op basis van de momenteel beschikbare informatie zou deze schrapping enkel betrekking hebben op de forfaitaire kostenpercentages van 50% en 25%, en zou het nog steeds mogelijk zijn om aantoonbare werkelijke kosten af te trekken. Deze wijziging zal in de meeste gevallen de effectieve belastingdruk op auteursrechtvergoedingen aanzienlijk verhogen.

Aanpassingen aan btw en accijnzen

De federale regering hervormt de accijnzen op energie en past enkele btw-tarieven aan.

De accijnzen op aardgas stijgen de komende jaren geleidelijk. Op elektriciteit dalen de accijnzen, maar in mindere mate. Ook stookolie wordt duurder via hogere accijnzen, terwijl voor benzine en diesel enkel beperkte aanpassingen worden doorgevoerd. Daarnaast worden verschillende verlaagde btw-tarieven opgetrokken van 6% naar 12%, onder meer voor hotelovernachtingen, campings, sport- en cultuuractiviteiten en afhaalmaaltijden. Het btw-tarief voor niet-alcoholische dranken in de horeca daalt daarentegen van 21% naar 12%.

Nieuwe vliegtaks en pakjestaks

De federale regering verhoogt daarnaast opnieuw de vliegtaks op vertrekkende passagiersvluchten. Vanaf 2027 wordt het tarief voor korteafstandsvluchten verdubbeld van 10 naar 20 euro per ticket, gevolgd door een jaarlijkse indexatie van 0,50 euro in 2028 en 2029. De eerder verhoogde tarieven voor middellange en intercontinentale vluchten blijven ongewijzigd. Ook wordt een nieuwe pakjestaks ingevoerd op pakjes uit niet-EU-landen.

Een greep uit het overige fiscale nieuws

Vereenvoudigde zusterfusies voortaan ook fiscaal belastingneutraal zonder uitgifte van nieuwe aandelen

Vennootschapsrechtelijk bestaat al geruime tijd de mogelijkheid om een zogenaamde “vereenvoudigde” fusie door te voeren wanneer alle aandelen van de betrokken vennootschappen - rechtstreeks of onrechtstreeks - voor 100% in handen zijn van dezelfde aandeelhouder. In dat geval hoeven er geen nieuwe aandelen te worden uitgegeven. Dit biedt bepaalde voordelen wat de verplichte tussenkomst van een bedrijfsrevisor betreft en kan kostenbesparend werken.

De fiscale wetgeving was tot voor kort nog niet aangepast, waardoor onduidelijkheid bleef bestaan of dergelijke “vereenvoudigde” (on)rechtstreekse zusterfusies ook fiscaal belastingneutraal konden plaatsvinden.

Met de recente wetswijziging is deze leemte nu opgevuld, althans wanneer de aandelen van de overgenomen als de overnemende vennootschap(pen) "in handen zijn van één en dezelfde persoon". De gewijzigde wetgeving voorziet immers nog steeds niet in belastingneutraliteit wanneer de aandelen van de overnemende vennootschap en de overgenomen vennootschap niet rechtstreeks (maar onrechtstreeks) in handen zijn van eenzelfde persoon. Dit geldt bijvoorbeeld voor vereenvoudigde fusies tussen bijvoorbeeld een 100% dochtervennootschap en een 100% kleindochtervennootschap. Hoewel deze verrichtingen vennootschapsrechtelijk mogelijk zijn biedt de aangepaste fiscale wettekst voor deze verrichtingen geen fiscale neutraliteit.

Let wel op: de wetgeving wordt niet retroactief aangepast maar geldt enkel voor vereenvoudigde zusterfusies die uitwerking krijgen vanaf 25 november 2025.

 

Ontwerp van Programmadecreet: uitsluiting privé vastgoed van gunsttarief schenk-en erfbelasting voor familiale vennootschappen

De Vlaamse regering wil het oneigenlijke gebruik van het gunstregime voor familiale vennootschappen verder beperken. In het voorliggende ontwerp van Programmadecreet wordt daarom bepaald dat privévastgoed dat binnen een vennootschap wordt aangehouden, volledig wordt uitgesloten van de gunstregeling inzake schenk- en erfbelasting (zijnde 0% bij schenking en 3% bij vererving). Het gaat zowel om onroerende goederen die tot bewoning worden aangewend of bestemd zijn als bouwgronden. Deze uitsluiting geldt ook wanneer het residentieel vastgoed onrechtstreeks wordt aangehouden via (klein)dochtervennootschappen.

Wanneer een vennootschap zowel kwalificerende activa als uitgesloten onroerende goederen bezit, moet de waarde van de aandelen verplicht worden opgesplitst. Het gunstregime geldt enkel voor het gedeelte van de aandelenwaarde dat géén betrekking heeft op het uitgesloten residentieel vastgoed. Het uitgesloten deel wordt belast aan de gewone tarieven van de schenk- of erfbelasting (zijnde 3% schenkbelasting en progressieve erfbelastingtarieven tot 27%).

Het ontwerp voorziet één belangrijke uitzondering: de uitsluiting geldt niet voor familiale vennootschappen waarvan minstens 75% van de omzet wordt gegenereerd uit een activiteit die rechtstreeks betrekking heeft op privaat vastgoed. Om misbruik te voorkomen, geldt hier bovendien een tewerkstellingsvoorwaarde: in de drie jaren voorafgaand aan de schenking of het overlijden moet de vennootschap minstens één voltijdse werknemer tewerkstellen. Alleen wanneer aan beide voorwaarden is voldaan, blijft de volledige waarde van de aandelen (dus inclusief residentieel vastgoed) in aanmerking komen voor het gunstregime. Belangrijk blijft evenwel dat er daadwerkelijk sprake is van een reële economische activiteit: het louter aanhouden of beheren van onroerende goederen volstaat niet.

Indien uw familiale vennootschap of haar (klein)dochtervennootschappen residentieel vastgoed aanhouden, bekijken wij graag met u of een versnelde overdracht vóór eind 2025 wenselijk kan zijn om onder de huidige, gunstigere voorwaarden te blijven.